Soms zijn er mensen die geen contact hebben met de bestaande hulpverlening.
Zij zullen uit zichzelf ook niet om hulp vragen maar ze zijn ook niet in staat zelfstandig hun situatie te veranderen of zich maatschappelijk te handhaven.
Bemoeizorg is een vorm van hulpverlening waarbij de hulpverlener actief op zoek gaat en actie onderneemt om die mensen te bereiken die weinig of niet toegankelijk zijn voor hulpverlening of hiervan nog geen gebruik willen of kunnen maken. De geboden hulp is gericht op maatschappelijk herstel.
Bemoeizorg spoort deze mensen op en benadert hen, regelt noodopvang en begeleidt ze naar de reguliere zorg. De bemoeizorgwerker maakt gebruik van de mogelijkheden binnen het maatschappelijk werk, lokale netwerken en de reguliere en gespecialiseerde hulpverleningsinstellingen.
Bemoeizorg richt zich onder meer op dak- en thuislozen, zorgmijdende verslaafden,
marginaal gehuisveste mensen en krakers. Of mensen die wel een woning hebben maar in een maatschappelijk isolement verkeren of vanwege hun gedrag dakloos dreigen te raken. Deze personen kenmerken zich in meer of mindere mate door: overlast, sociale teloorgang, lichamelijke pijn, verslavingsproblematiek, psychiatrische problematiek, huisvestings- c.q. onderdakproblemen, financiële problemen of een combinatie van voorgaande kenmerken (meervoudige problematiek).
Bemoeizorg wordt uitgevoerd door de maatschappelijk werker in nauwe samenwerking met een aantal kernpartners zoals Novadic-Kentron, Reinier van Arkelgroep en SMO (maatschappelijke opvang). Het succes van de hulpverlening valt of staat met de samenwerking met vele organisaties waaronder: woningcorporaties, GGD, politie, straathoekwerk, pastoraal werk, maatschappelijk werk, buurthuiswerk en huisartsen. Vanuit hun functie zijn zij in staat te signaleren, bemoeizorg in te schakelen en diensten te leveren, in samenwerking met de bemoeizorgwerker.
De hulpverlening wordt in zeven stappenaangepakt.
Vroegtijdig signaleren is van groot belang. Daarom wordt niet alleen op straat, op hangplekken en andere verzamelplaatsen gezocht, maar ook "achter de voordeur". Samenwerkingspartners, maar ook de directe omgeving, spelen een grote rol in het traceren van cliënten.
Het accent ligt op het opbouwen van een vertrouwensrelatie. Zonder dat vertrouwen zal de cliënt niet aangeven welke problemen hij ervaart.
Wat is er aan de hand? Hoe beoordeelt de cliënt zijn eigen situatie? Welke hulp stelt
de cliënt op prijs en wordt toegestaan? Wat moet er gebeuren? Kennis en ervaring stelt de bemoeizorgwerker in staat een inschatting te maken van de hulpvraag.
De hulpverlener begeleidt de cliënt bij het stellen van eigen doelen. Te beginnen met doelen die op korte termijn realiseerbaar zijn. Stap voor stap wordt toegewerkt naar het einddoel: rehabilitatie en reïntegratie.
De route van de cliënt richting reguliere hulpverlening wordt in kaart gebracht. Wat wil de cliënt bereiken en hoe wordt het aangepakt? In het plan worden het doel, middelen, acties cliënt en acties hulpverleners beschreven.
De cliënt gaat werken aan de doelen die in het zorgplan staan om zijn situatie te verbeteren, en leert te accepteren daarbij hulp nodig te hebben. Ook hier spelen de
samenwerkingspartners een cruciale rol.
Na de overdracht naar een reguliere hulpverleningsinstelling, is het werk van de bemoeizorgwerker niet altijd volbracht. De werker zal de cliënt blijven volgen gedurende een bepaalde periode en zal ingrijpen op moment van demotivatie of dreigende terugval. Hierover worden afspraken gemaakt met de reguliere zorg.
Bekijk de folders